Fabel: Erik E

 

Door: Barbara Ton

Leestijd: 2 minuten 

 

Erik was een vriendje van mijn zoon. Ze waren zo schattig vroeger, dat kleine mannetje en het egeltje, altijd buiten, kattenkwaad uithalen, holen graven, in bomen klimmen. Op school zaten ze in dezelfde groep, samen aan hetzelfde tafeltje. Jarenlang waren ze onafscheidelijk.

Toch begon het toen al een beetje mis te gaan. Toen kwamen er al kindertjes huilend bij de juf omdat ze zich geprikt hadden aan Erik. De juf moest vaak pleistertjes plakken, van die mooie kinderpleisters met plaatjes van giraffen en leeuwen, kusje erop. Maar de pleister met het plaatje van het egeltje bleef in de doos.

Zie zo’n schoolplein voor je: allemaal spelende, rennende, ravottende kinderen. En dan dat egeltje ertussen, kleiner dan de rest, een beetje onzichtbaar zo onder ooghoogte, maar wel met al die scherpe stekels. Natuurlijk raakte er wel eens een kinderbeentje bezeerd, een prikje in een kuit, een stekeltje in een enkeltje. Veel kinderen gingen dan huilen maar sommigen werden boos, en Erik kwam steeds vaker in gevechten terecht. Dan kwam de juf en zette de ‘boosdoeners’ op het strafbankje aan de rand van het schoolplein. Erik zat daar dan bij terwijl hij eigenlijk niks gedaan had. Hij moest zich toch verdedigen tegen die onterechte aanvallen. Maar er was niemand die dat zag.

Mijn zoon heeft het op dat schoolplein heel lang voor hem opgenomen. Regelmatig zaten ze samen op dat strafbankje, vaak kwam ook hij met strafwerk thuis en dat deed hij echt zonder morren. Maar op een dag zijn Erik en hij opgewacht onderweg naar huis, en hebben ze een ongenadig pak slaag gehad van een stel opgeschoten misbaksels uit groep acht.

Mijn zoon durfde daarna een tijdje niet meer naar school. Wij hebben toen de knoop moeten doorhakken, we hebben hem van die school afgehaald en naar de vrije school in de binnenstad gestuurd. Daar wordt in ieder geval niet gevochten op het schoolplein.

Dat heeft Erik gebroken, denk ik achteraf. Vanaf dat moment ging het van kwaad tot erger. De prikjes, de stekels, het was toen niet meer per ongeluk. Erik ging zich afreageren, hij werd echt een vals egeltje en de kinderen uit zijn klas lieten hem steeds meer links liggen.

Nou ja, je kan het verder uittekenen. Zo’n egeljochie wordt uiteindelijk van school gestuurd. Dan moet hij naar een andere school, dat gaat ook mis, enzovoort en zo verder. We zijn hem uit het oog verloren, we hebben ook niet veel moeite gedaan om contact te houden, moet ik tot mijn schande bekennen.

Heel veel later hoorden we tot onze schrik dat hij een tijdje in jeugddetentie heeft gezeten, uit huis is geplaatst, daarna begeleid kamerwonen. En toen hij achttien werd, is hij uit het zicht verdwenen. Dat schijnt vaak zo te gaan.

En nu is mijn zoon een flinke student, het gaat heel goed met hem.

Maar Erik, och Erik. Heb je gelezen over die ramp op dat festivalterrein, al die jonge mensen die daar onder de voet zijn gelopen? Dat was Erik. Nee echt, ik weet het zeker. Een egel tussen al die benen, niemand die hem ziet, een prikje hier, een steekje daar en de massa wordt langzamerhand onrustig. Er komt wat beweging, allemaal dezelfde kant op, weg van de bron van die pijn in de benen. Duwen en trekken, op een zeker moment weet niemand nog de oorzaak van het geduw en raken er wat mensen in paniek. Die willen snel richting uitgang, moet ik het verder nog uitleggen? Voor je ’t weet is de hele massa in paniek.

Vierenveertig gewonden en drie doden, toch? Rampzalig.

En als ik dan terugdenk aan die kleine Erik, dat schattige vriendje van mijn zoontje. Ik heb er niet van geslapen.

Reacties

Populaire posts